Menu Sluiten

Bewoners Houtlaan Assen willen Minder op de Meter

Bijzondere warmtepompen, zonnepanelen en elektrische auto’s. Het is de toekomst en voor de Houtlaan in Assen kan die toekomst niet snel genoeg komen. De werkgroep Houtlaan Minder op de Meter streeft ernaar om zelf de CO2-uitstoot in 2030 met vijftig procent te verminderen. Alleen gaan ze soms iets te snel, waardoor ze tegen nieuwe uitdagingen aanlopen.

Bewoners van de Houtlaan streven naar Minder op de Meter (Rechten: Omroep Assen / Esmée Söllner)

Door: Esmée Söllner

Tijdens een bewonersbijeenkomst in 2018 begon het. Daar werd een presentatie gegeven over de energietransitie. Ruud Welling en Albert Gorter waren geïnteresseerd en meldden zich aan voor de werkgroep. Samen met een aantal andere bewoners bespreken ze eens per maand plannen en uitdagingen.

Werk aan de winkel

Voor 2030 wil de werkgroep de CO2-uitstoot van de 136 woningen met vijftig procent verminderen, in lijn met de landelijke doelstellingen. En in 2050 moet de wijk geheel CO2-neutraal zijn, wat ook rijksbeleid is. Dit door alle energie en warmte zelf op te wekken of uit duurzame bronnen te halen. Op dit moment zijn er 82 huizen met zonnepanelen, rijden er verschillende elektrische auto’s in de straat en hebben enkele huizen een warmtepomp. Om de doelstelling voor 2030 te kunnen halen, is er nog wel wat werk aan de winkel.

Welling: “Met de zonnepanelen gaat het nu goed, want er is meer ruimte op het net. Maar willen we het doel echt kunnen halen, dan zijn er flink meer warmtepompen nodig in de wijk. Eerst hadden we een berekening met alleen warmtepompen en zonnepanelen, daarmee gingen we het niet redden. Daarom hebben we ook elektrische auto’s meegenomen. Want vanaf 2030 mogen deze alleen nog maar verkocht worden.”

Buurtbewoner Gorter is een stuk positiever. “Het gaat lukken, ook buiten onze activiteiten zie je dat mensen in de wijk bezig zijn. Wij laten zien dat het kan. Steeds vaker zie je werkbusjes in de straat of worden er zonnepanelen aangesloten. Schoksgewijs moet er iets gebeuren, want er moet echt iets veranderen. De mensen moeten er vertrouwen in hebben dat het goed gaat. Wij laten zien dat het kan.”

Er is teveel stroom

Een van de uitdagingen waar de werkgroep tegenaan loopt is dat het elektriciteitsnet de hoeveelheid opgewekte stroom niet aankan. Hierdoor vliegen de zonnepanelen er af en toe uit. Dan wekken ze geen stroom meer op. Welling: “Twee jaar geleden zeiden we al tegen Enexis dat het niet goed werkt met deze kabels. Zij wilden toen niks doen, want het was allemaal wel goed. Over drie jaar zien we wel verder, zeiden ze toen.”

Die drie jaar werden er twee. Om met een goed plan te komen kreeg de werkgroep 10.000 euro van de provincie Drenthe om uit te zoeken hoeveel duurzame energie het net aankan. Resultaten van dit onderzoek kunnen ook gebruikt worden in andere wijken. Welling: “Enexis heeft op basis van de resultaten toegezegd dat ze het net gaan vergroten. Uiteindelijk gaan ze niet doen wat wij het liefst zouden willen, maar we zijn tevreden met het resultaat.” Dat resultaat is dat er een extra transformator komt voor de wijk. Die zorgt ervoor dat de kabels meer stroom aan kunnen.

Eigen investeringen

De wijk krijgt op dit moment geen financiële steun van de gemeente. Met hulp van de gemeente zou de werkgroep nog meer kunnen investeren en uitproberen. Op deze manier hopen ze een voorbeeld te zijn voor andere wijken. Een aantal bewoners van de Houtlaan twijfelt dan ook om nu te investeren in bijvoorbeeld een warmtepomp. Welling: “Want ‘wat als onze warmtepomp niet past op groepswarmte?’, is een vraag die we vanuit de straat krijgen. Dat is begrijpelijk. Maar een warmtepomp kan overal warmte vandaan halen, dus ook bij groepswarmte.”

Op dit moment gaat veel van de opgewekte stroom terug naar het net en wordt het niet voor de eigen wijk gebruikt. Dat zou de werkgroep graag anders zien. Welling: “Wij willen graag buurtbatterijen in de wijk die stroom kunnen bewaren, zodat we zeventig procent van de opgewekte stroom weer kunnen hergebruiken. Dat zijn dure accu’s, daarvoor zouden wij financiële hulp van de gemeente goed kunnen gebruiken. Wij willen dit graag uitproberen, zodat meer wijken ons voorbeeld kunnen volgen. En als het dan niet werkt, dan weten we dat ook.” Die subsidies zijn ook nodig om andere bewoners mee te krijgen. De plaatsing van die buurtaccu’s is namelijk centraal, dus kunnen andere bewoners er ook gebruik van maken.

Inmiddels is er enkele keren contact geweest tussen de werkgroep in de Houtlaan en de gemeente Assen. Uit een brief van de gemeente blijkt dat ze graag willen meedenken met de werkgroep. Vanuit de energietransitie stimuleert de gemeente buurtinitiatieven. Samen met de inwoners wil ze kijken wat de partijen voor elkaar kunnen betekenen. Dat moet in verdere gesprekken een specifieke vorm krijgen voor de Houtlaan.

Anders in Lariks en Kloosterveen

De Houtlaan kiest als woonbuurt geheel vrijwillig voor de energietransitie en begon daarmee op eigen houtje. Heel anders is dat voor de gasloze proeftuin Lariks en de aardgasvrije startwijk Kloosterveen. Dat was de keuze van de gemeente, om deze beide woonwijken voorop te laten lopen bij de energietransitie in Assen. En daar roept het proces ook zeker weerstand op. Volgens Albert Gorter ligt dat in de Houtlaan anders. “Dit is een welvarende buurt. Wij hebben makkelijk praten. Wij kunnen zelf investeren, dat maakt zeker verschil.”

Ruud Welling vult aan: “Dit is geen investering die je doet, om morgen al resultaat te zien. Dat zie je pas over vijf jaar. Maar als je niet weet of je volgende week nog boodschappen kan doen, dan snap ik dat je die investering niet doet.” Volgens beide heren is die investering zeker nodig. “Het zijn kleine veranderingen die een grote impact hebben.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.